Interview met Brian Mackenzie

Zeedijker van het eerste uur

We spreken Brian Mackenzie in de lobby van het NH Collection Barbizon Palace op de Zeedijk, waar hij al sinds de opening in 1988 conciërge is. Op de Zeedijk is nu in het kader van Amsterdam 750 de expositie ONGEKEND.ZEEDIJK te zien, kunst en verhalen van bewoners en ondernemers in de etalages van de Zeedijk. Brian is zo’n Zeedijker van het eerste uur, en één van de insprekers van de audiotour.

Brian, hoe zag de Zeedijk eruit toen je hier eind jaren ’80 kwam werken?

“In de jaren ’80 werd de Zeedijk geteisterd door drugsproblematiek. In de hippietijd was men begonnen met blowen, maar na Vietnam volgde de heroïne. In die tijd arriveerden ook steeds meer Surinamers in Nederland, die het moeilijk hadden. Zij werden de tussenhandelaren voor de Chinese heroïne. De Zeedijk werd, met zijn ideale ligging naast het Centraal Station, een dealplaats met veel verslaafden. Bewoners protesteerden en riepen de Zeedijk uit tot rampgebied.   

Eind jaren 80 keerde het tij. De gemeente en Golden Tulip/ KLM besloten hier toen een 5 sterrenhotel te bouwen; dat deden ze wel op meerdere slechte plekken in de stad, om zo de economie aan te trekken. De komst van het hotel, en de oprichting van de NV Zeedijk, luidden het begin in van de wederopstanding van de Zeedijk.”   

Weet jij nog wat jouw eerste herinnering aan de Zeedijk is?

“Jazeker. Als jongetje van veertien kwam ik vanuit Hoorn met de bus naar Amsterdam. Die stopte hier voor de deur, maar ik mocht absoluut niet over de Zeedijk lopen van mijn ouders, daar was het gevaarlijk. Ik herinner me nog dat de kop van de Zeedijk vol stond met junks en dealers.”

In al die jaren dat jij hier hebt gewerkt, wat was voor jou de mooiste tijd? 

“Voor mij was de mooiste tijd de begintijd van het hotel. Het waren spannende jaren, alles wat niet mocht gebeurde om ons heen, het was echt pionieren. Dat spannende is inherent aan de buurt. 

Eind jaren ‘80 hadden we 7 man beveiliging, wat echt nodig was om de junks van de wc te vegen. Het eerste gebied, de kop van de Zeedijk tot de kolk, was toen prima, maar daarachter was het nog steeds grimmig. Het probleem van de junks was verplaatst van de kop naar de rest van de Zeedijk. 

Dat was ook de tijd van de kleurrijke figuren. Vanwege mijn beroep mag ik een hoop niet vertellen, maar artiesten zoals Herman Brood en Willy DeVille kwamen hier toen ze nog niet heel bekend waren. Ook later kwamen ze terug, en dan zeiden ze ‘’t is hier wel veranderd he?’. En dan dacht ik bij mezelf: jij probeert gewoon nog steeds te scoren.”

Wat maakt de Zeedijk volgens jou zo’n bijzondere plek?

“De Zeedijk is voor mij als een tweede huis. Het is echt een dorp, ons kent ons, iedereen maakt hetzelfde mee. In een stad als Amsterdam is het uniek hoe iedereen hier met elkaar omgaat. Dijkers hebben altijd alles voor elkaar over, er heerst een groot gevoel van wederkerigheid en iedereen kent elkaar. Dat betekent ook dat als je om vijf uur ergens begint met een biertje, je waarschijnlijk niet voor één uur ’s nachts thuis bent…”

Wat is volgens jou het ongekende verhaal over de Zeedijk dat meer Amsterdammers zouden moeten kennen? 

“De locatie en de geschiedenis hier zijn uniek. De binnenstad heeft zo veel meer te bieden dan alleen coffeeshops en red light, dat wil ik de gasten graag laten zien. Ik hou heel erg van geschiedenis, daarom ben ik ook een archief over het hotel gaan bijhouden. Ik wil dat het bewaard blijft voor toekomstige generaties. Het is een bijzondere plek, maar alle verhalen erachter moet je wel kennen.” 

Noem eens een voorbeeld van zo’n verhaal? 

“Als je de Zeedijk oploopt vanaf het Centraal Station, zeg ik altijd: kijk omhoog! Het hotel bestaat uit 19 eeuwenoude huisjes.  De visie was echt om het karakter van het oude Amsterdam te behouden, de karakteristieke Amsterdamse schoonheid. De gevels bleven staan, daarachter werd alles gerestaureerd en opgeknapt. 

De Sint Olofskapel, die bij het hotel hoort, heeft ook een bijzonder verhaal. De kapel is rond 1440 gebouwd, toen bestemd voor Noorse zee- en kooplieden die in Amsterdam verbleven. Onder andere Michiel de Ruyter ging hier te kerk. In 1966 brandde de kapel bijna volledig uit. De overgebleven ruïne ontsierde lange tijd de kop van de Zeedijk. 

In 1989 werd Pieter Bonnema General Manager van het Barbizon. Hij had visie en een hart voor de stad. Dankzij hem, het Barbizon, en de NV Zeedijk is de St. Olofskapel behouden. Eind jaren tachtig is het in elkaar gestorte gebouw symbolisch voor 1 gulden aangekocht en in oude glorie gerestaureerd. Wat er anders mee was gebeurd? Hetzelfde als op de Jodenbreestraat en vele andere plekken in de stad destijds, het oude erfgoed slopen en daarvoor in de plaats jaren 80 sociale betonnen blokken.” 

Als je vooruitblikt, wat is dan jouw droom voor de toekomst van de Zeedijk? 

“Ik hoop vooral heel erg dat het blijft zoals het is. De afgelopen jaren merk je dat de problematiek van de dealers terugkomt. De gemeente doet onvoldoende, dat baart mij zorgen. Het probleem zit hem er denk ik in dat veel mensen de problematiek in de jaren ’80 niet hebben meegemaakt, en zich dus ook niet bewust zijn van het gevaar. Ook hoop ik dat de stad gaat begrijpen dat je moet inzetten op toeristen die hier kunst komen kijken, bijvoorbeeld van de cruiseschepen, en niet op de jonge Britten die op de wallen en het blowen afkomen.” 

ONGEKEND.ZEEDIJK is een gratis expositie in 9 etalages op de Zeedijk. T/m 17 januari zijn de werken van 3 jonge kunstenaars 24/7 te zien, ook tijdens de lockdown. Via een QR code of www.stadswandeling.amsterdam/ongekendzeedijk kan de audiotour ter plekke worden beluisterd.

Zeedijk in de jaren ’90.